| Grammatica
Woordvolgorde
Het Noors heeft als woordvolgorde subject - werkwoord - object.
In de zin "Hond bijt man" is de hond degene die bijt en
de man degene die gebeten wordt. De hond voert de handeling uit
en de man ondergaat de handeling. De woordvolgorde is bepalend voor
de betekenis van een zin. Wanneer de woordvolgorde verandert, verandert
ook de betekenis van een zin.
Zelfstandige naamwoorden
Zelfstandige naamwoorden hebben een geslacht. Alle zelfstandige
naamwoorden zijn mannelijk, vrouwelijk, of onzijdig. Grammaticaal
gezien is het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk enerzijds
en onzijdig anderzijds het belangrijk, omdat mannelijke en vrouwelijke
woorden veel met elkaar gemeen hebben.
Lidwoorden
Het Noors kent lidwoorden. Een lidwoord kan bepaald of onbepaald
en enkelvoud of meervoud zijn. Het bepaalde lidwoord wordt in het
Noors, net als in de andere Scandinavische talen achter het zelfstandig
naamwoord geplakt. Dit heet een postpositief lidwoord, (ook wel
aangehecht lidwoord genoemd). Mannelijke en vrouwelijke woorden
gebruiken beide het lidwoord "en".
Voorbeeld:
| |
Noors |
Nederlands |
Noors |
Nederlands |
| Onbepaald enkelvoud |
en kvinne |
Een vrouw |
et hus |
Een huis |
| Bepaald enkelvoud |
kvinnen |
De vrouw |
huset |
Het huis |
| Onbepaald meervoud |
kvinner |
vrouwen |
hus |
Huizen |
| Bepaald meervoud |
kvinnene |
De vrouwen |
husene |
De huizen |
Bijvoeglijke naamwoorden
Bijvoeglijke naamwoorden stemmen in geslacht en aantal overeen met
het zelfstandige naamwoord waarnaar ze verwijzen.
| |
Mannelijk / vrouwelijk |
Onzijdig |
| Enkelvoud |
god |
godt |
| Meervoud |
gode |
gode |
Werkwoorden
Het Noors kent regelmatige en onregelmatige werkwoorden. De werkwoorden
"zijn" en "hebben" zijn in het Noors, net als
in de meeste talen, onregelmatig. De infinitief wordt in het Noors
voorafgegaan met 'å', (vergelijk het Engelse 'to') en eindigt meestal
op een 'e'.
De meeste werkwoorden vormen de tegenwoordige tijd simpelweg door
aan de infinitief een '-r' toe te voegen. Deze tegenwoordige tijd
geldt onafhankelijk van persoon en aantal, hetgeen een van de kenmerken
van het Noors (en andere Scandinavische talen) is die het een relatief
eenvoudig te leren taal maken.
| |
|
Voorbeeld |
| Werkwoorden eindigend op: |
-e |
å skrive |
| 1e persoon enkelvoud |
-r |
jeg skriver |
| 2e persoon enkelvoud |
-r |
du skriver |
| 3e persoon enkelvoud |
-r |
han / hun skriver |
| 1e persoon meervoud |
-r |
vi skriver |
| 2e persoon meervoud |
-r |
dere skriver |
| 3e persoon meervoud |
-r |
de skriver |
|